Armoedecriteria in een lokaal netwerk

item_left

item_right

Armoedecriteria in een lokaal netwerk

Document

Noch het decreet, noch de uitvoeringsbesluiten van het Vlaams Participatiedecreet vermelden een concrete afbakening of definitie van wie – in de context van lokale netwerken – ‘mensen in armoede’ zijn.  De decreetgever gaat uit van de meerwaarde van lokale samenwerking tussen OCMW, vrijetijdsdiensten en mensen in armoede (en hun verenigingen/organisatie) om zelf te bepalen wie voor hun stad of gemeente ‘mensen in armoede’ zijn in de context van vrijetijdsparticipatie. Een goede denkoefening over criteria binnen het lokaal netwerk maakt het mogelijk om het grondrecht op vrije tijd te realiseren voor zoveel mogelijk mensen in armoede. In deze fiche geven we vanuit Demos een aanzet voor deze denkoefening.

Beeld: Ivan Rigamonti, CC by 2.0

Mix van formele en informele criteria

Bij het invullen van het formulier voor de afsprakennota moet je bij vraag 16 de exacte definitie geven van het begrip ‘mensen in armoede’. Daar wordt aan toegevoegd: vermeld op basis van welke criteria de doelgroep ‘mensen in armoede’ in uw gemeente wordt bepaald.

Het bepalen van de doelgroep ‘mensen in armoede’ blijft een moeilijke oefening. Om zoveel mogelijk mensen met een beperkt budget de kans te geven om te participeren, is het goed om in te zetten op een goede mix van criteria. Dit kunnen formele, eenvoudig te controleren criteria zijn, maar ook informele critera via doorverwijzing sociale organisaties voor die mensen die net uit de boot vallen.

Vanuit Demos schuiven we (net zoals VRIJUIT, het Netwerk tegen Armoede en UiTPAS) verhoogde tegemoetkoming naar voor als een basiscriterium. Personen met een laag inkomen hebben recht op verhoogde tegemoetkoming. Zij betalen minder voor gezondheidszorg en hebben nog andere financiële voordelen. Ook gemeenten gebruiken de verhoogde tegemoetkoming vaak als criterium om premies en tegemoetkomingen toe te kennen. De voordelen gelden bovendien voor alle gezinsleden. Voor veel groepen wordt dit recht al automatisch toegekend. Het is bovendien een gemakkelijk te controleren criterium.

Bijkomende criteria

Veel lokale netwerken hanteren bijkomende criteria om zoveel mogelijk mensen de kans te geven te participeren aan jeugdwerk, cultuur en sport. Er wordt rekening gehouden met een aantal mensen die zich in een grijze zone bevinden, die net niet onder een bepaald criterium vallen maar evengoed kampen met financiële moeilijkheden. Bijkomende criteria (zie ook nota Netwerk tegen Armoede hieromtrent) kunnen zijn:

  • Mensen in schuldhulpverlening of collectieve schuldenregeling
  • Mensen met een verhoogde school- of studietoelage
  • Mensen op een wachtlijst voor een sociale woning (‘kandidaat sociale huurder’) en/of mensen die een huurpremie of huursubsidie ontvangen...

Een bijkomende piste die netwerken hanteren is doorverwijzing vanuit gemeentelijke en stedelijke sociale diensten, door bepaalde sociale organisaties (armoedeverenigingen, sociale kruideniers, Rap Op Stap-kantoren), specifieke verenigingen voor bv. mensen met een verslavingsproblematiek, mensen met een psychische aandoening/bewoners in een psychiatrisch centrum…

Over ondergebruik van sociale rechten

Vaak speelt de schrik voor het potentieel groot aantal rechthebbenden bij het hanteren van bv. verhoogde tegemoetkoming als criterium. Wat ook meespeelt in het bepalen van criteria is de schrik over misbruik van sociale rechten. Twee opmerkingen hierbij:

  • het recht op een bepaalde temoetkoming impliceert niet dat mensen in armoede ook effectief allemaal samen en tegelijkertijd dit recht gaan opnemen. Daarvoor zijn bijkomende inspanningen op langere termijn nodig door een bv. een aangepast of vernieuwd aanbod, vernieuwende communicatie en bemiddeling naar vrije tijd door brugfiguren.
  • bovendien is het probleem van het ondergebruik of niet opnemen van sociale rechten groter dan het misbruik van sociale rechten. Burgers kunnen bij diverse overheden terecht voor een heel gamma aan tegemoetkomingen en maatregelen (school- en studietoelage, huursubsidie ...). Toch slagen heel wat mensen er niet in deze rechten effectief op te nemen. Niet iedereen weet waar hij/zij recht op heeft of slaagt er in deze rechten aan te vragen.  Automatische rechtentoekenning, administratieve vereenvoudiging en proactieve dienstverlening zijn belangrijke instrumenten in de strijd tegen onderbescherming en de non-take-up van sociale rechten. Het zijn ook belangrijke principes om rekening mee te houden bij het uitwerken van concrete maatregelen in het kader van de afprakennota.

Criteria voor vluchtelingen?

Als je vluchtelingen kansen wil bieden bijvoorbeeld in een jeugdwerk, cultuur en sport, dan moet je rekening houden met het statuut van mensen. Erkende vluchtelingen of subsidiair beschermden zullen, afhankelijk van hun sociaal statuut en het criterium in jullie netwerk, kunnen beroep doen op een financiële bijdrage voor bijvoorbeeld het lidgeld van de sportclub.

Vanaf het moment van de aanvraag bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) start de asielprocedure en is de persoon een asielzoeker. Zolang er geen definitieve beslissing is genomen, behoudt de betrokkene dit statuut. Asielzoekers krijgen in België enkel materiële hulp (bed, bad, brood, begeleiding). Asielzoekers en niet-begeleide buitenlandse minderjarigen (NBBM) die in een Lokaal Opvang Initiatief (LOI) verblijven, kunnen net zoals personen die illegaal op het grondgebied verblijven en uitsluitend recht hebben op dringende medische hulp, geen aanspraak maken op steun van het Fonds voor participatie en sociale activering. De gemeente en/of het netwerk kan er wel voor kiezen om vluchtelingen te betrekken bij bestaande initiatieven (bv. speelpleinwerking) of expliciet nieuwe initatieven opzetten die zich richten op vluchtelingen, ongeacht het statuut waarin de persoon in kwestie zich bevindt.